Blog

Handelsnaam versus handelsnaam: wanneer is er een inbreuk?

Handelsnaaminbreuk beoordelen

Handelsnamen zijn, net als merken, onderscheidingstekens. Als uw concurrent een naam gebruikt die tot verwarring leidt of kan leiden, dan kan daar onder omstandigheden tegen worden opgetreden. De regels daarvoor staan beschreven in de Handelsnaamwet. In dit blog legt ZENN uit wanneer sprake is van inbreuk op een handelsnaamrecht door een jongere handelsnaam.

Deze blog maakt deel uit van een korte blogcyclus. Al eerder verscheen:

Later in deze reeks verschijnt:

Handelsnaam: wat is dat?

Een handelsnaam is de naam waaronder een onderneming gedreven wordt (art. 1 Handelsnaamwet). Anders dan bij merken gaat het bij handelsnamen niet om de waren of diensten die door een onderneming verhandeld worden, maar om de naam van de onderneming zelf. Bijvoorbeeld: de naam “Unilever” is een handelsnaam en de door Unilever verhandelde producten onder namen als “Blue Band”, “Lipton”, “Zwitsal” en “Unox” zijn merken.

Soms zal de naam van een onderneming, de handelsnaam, tevens als merk geregistreerd zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval in het hierboven genoemde voorbeeld van Unilever. De naam Unilever heeft dan zowel merkenrechtelijke als handelsnaamrechtelijke bescherming. Ook de naam “ZENN” wordt beschermd door zowel het merkenrecht als het handelsnaamrecht.

Een domeinnaam kan ook als handelsnaam worden beschouwd, mits voldaan is aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een recht op de handelsnaam (zie hieronder). De grafische vormgeving van een naam (een logo bijvoorbeeld), maakt op zichzelf géén onderdeel uit van de handelsnaam. De grafische vormgeving kan echter wel een rol spelen bij de beschermingsomvang, oftewel bij de vraag of inbreuk wordt gemaakt.

Handelsnaamgebruik

Een recht op een handelsnaam wordt verkregen door het daadwerkelijk voeren van de handelsnaam, bijvoorbeeld op een bedrijfsgevel, op briefpapier en facturen, op een website en in e-mails. Het (met enige duurzaamheid) gebruiken van de naam waaronder de onderneming feitelijk gedreven wordt, is het enige vereiste voor het verkrijgen van een handelsnaamrecht.

Om een wijdverspreid misverstand uit het leven te roepen: registratie van de onderneming in het handelsregister (de Kamer van Koophandel) is géén vereiste voor het ontstaan van een handelsnaamrecht. Door het inschrijven van de onderneming in de Kamer van Koophandel wordt dus geen recht op de handelsnaam verkregen.

Anders dan in het merkenrecht is voor het ontstaan van een handelsnaamrecht van oudsher niet vereist dat de handelsnaam onderscheidend vermogen heeft. Men kan dus ook een handelsnaamrecht verkrijgen op beschrijvende aanduidingen. De beschermingsomvang van beschrijvende handelsnamen is echter een stuk lager, zodat het nog steeds de voorkeur heeft om een onderscheidende naam te kiezen als naam van de onderneming. Zie hiervoor een eerdere blog van ZENN.

Handelsnaam versus handelsnaam

Houders van oudere handelsnamen kunnen optreden tegen het gebruik van jongere handelsnamen, indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Het kernartikel is artikel 5 Handelsnaamwet:

Het is verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

Uit dit artikel blijkt allereerst dat de beide handelsnamen slechts in geringe mate mogen afwijken. Vermoedelijk moet hier dezelfde beoordeling worden toegepast als die in het merkenrecht wordt toegepast om te bepalen of sprake is van overeenstemmende tekens. Verder dient er te worden gelet op de aard van de ondernemingen. De gedachte is dat verwarringsgevaar minder snel zal voordoen indien de ondernemingen compleet verschillende activiteiten verrichten. Diezelfde gedachte ligt ook ten grondslag aan de geografische vestigingsplaats als in aanmerking te nemen factor. Er zal niet snel gesproken kunnen worden van verwarringgevaar tussen bijvoorbeeld kapperszaken die dezelfde handelsnaam gebruiken, indien de ene gevestigd is in Groningen en de ander in Amsterdam. Ook andere factoren dan de factoren die de wet noemt, zijn van belang voor de beoordeling of sprake is van inbreuk.

Tot slot moet zelfstandig beoordeeld worden of verwarringsgevaar te duchten is. Net als in het merkenrecht bestaan er twee vormen van verwarring: directe en indirecte verwarring. Bij directe verwarring zal het publiek de twee ondernemingen rechtstreeks met elkaar verwarren. Men bestelt bijvoorbeeld iets bij de ene onderneming, terwijl men eigenlijk iets bij de andere onderneming had willen bestellen. Van indirecte verwarring is sprake als het publiek een juridische of economische band veronderstelt tussen beide ondernemingen. Men denkt dan dat beide ondernemingen aan elkaar gelieerd zijn.

Inbreuk op uw handelsnaam?

Heeft u nog vragen over handelsnamen of een geval waarin misschien sprake is van handelsnaamrechtinbreuk? Leg het vrijblijvend aan ons voor. ZENN is gespecialiseerd in het intellectuele eigendomsrecht, waaronder ook het handelsnaamrecht valt.

Handelsnaam versus handelsnaam: wanneer is er een inbreuk?

Volg ZENN

Volg ons via social media

Linkedin Twitter Facebook Google Plus RSS feed ZENN Advocatuur 3.0

Contact

Trompsingel 35
9724 DA Groningen
Tel. 050- 211 00 66
info@zenn.law